Shirley maakt gelaatsprotheses: ‘We maken zomer- en winterneuzen’

aangezichtsprotheticus-gelaatsprotheses-gelaatsprothetiek

Creatief, technisch én dankbaar: Shirley heeft een wel heel bijzonder beroep. Als aangezichtsprotheticus in het Antoni van Leeuwenhoek maakt ze protheses van bijvoorbeeld ogen en neuzen voor mensen die deze vanwege een tumor moeten missen. ‘Hij was weer gewoon als ieder ander, de neusprothese viel niemand op.’

Hoe ben je in dit vak terechtgekomen?

‘Toen ik op de middelbare school zat, zag ik op Discovery Channel een man die getroffen was door een vleesetende bacterie in zijn gezicht. Zijn beide ogen, neus en zelfs bovenlip waren daardoor weggenomen. Een FBI-agent die vermommingen maakte, had het verhaal gehoord en wilde wat voor hem doen. Zodoende had deze meneer een ‘prothese’. Ik vond het resultaat niet echt mooi en zo was mijn droom geboren om dit werk te gaan doen.’

Heb je een speciale opleiding gevolgd?

‘Toen ik een jaar of acht was, ben ik begonnen met een kleicursus waar ik dingen na boetseerde vanaf plaatjes. Dat doe ik eigenlijk nog steeds. Ik heb foto’s van de patiënt liggen en probeer dat zo goed mogelijk na te maken in was. Er is verder geen speciale opleiding voor, er zijn ook maar zeven mensen in Nederland die dit beroep fulltime uitoefenen. Zelf heb ik een jaar in Canada gestudeerd om zoveel mogelijk technieken en materialen te leren. Eenmaal terug in Nederland wilde ik in een ziekenhuis werken om het vak in de praktijk onder de knie te krijgen. Ik heb de stoute schoenen aangetrokken en een open sollicitatie gestuurd naar het Antoni van Leeuwenhoek. Hier worden alleen mensen met kanker behandeld en worden de meeste protheses gemaakt. Ik mocht komen kijken en zo ben ik erin gerold.’

Wat doet een aangezichtsprotheticus precies?

‘Ieder instituut werkt op een andere manier. Hier in het Antoni van Leeuwenhoek zijn wij echt zelfstandig behandelaar. Wij begeleiden de patiënt waar we kunnen, maken de afdrukken, doen de waspas-sessies en al het techniekwerk. We maken de kleuren, zorgen voor een mooie afwerking en leveren de protheses af.’

Werk je veel samen met anderen of is je werk juist solistisch?

‘Op de afdeling gelaatsprothetiek werken we met z’n tweeën. Daarnaast werken we nauw samen met de hoofd-halschirurgen en de tandarts, om tot een zo mooi mogelijk eindresultaat te komen. En we hebben natuurlijk veel contact met patiënten.’

Hoe vaak komen mensen langs om de prothese te passen en te overleggen?

‘Vaak zien wij een patiënt al rond de tijd van de operatie waarbij de tumoren verwijderd worden. Dan kunnen we alvast het een en ander uitleggen en laten zien. Daarna moet de wond zo’n drie maanden genezen, zodat alle zwellingen en korstjes verdwenen zijn. Dan kunnen wij beginnen met de afdruk en vervolgens komt de patiënt een aantal keer om het wasmodel te passen. Als die goed is, maak ik een mal en een definitieve prothese. Omdat een prothese slijt door het schoonmaken, komen patiënten ook terug om hem te laten vervangen. Patiënten kunnen zo’n vier protheses per jaar krijgen als zij een plakprothese dragen. Met een prothese op magneten komen zij ongeveer één keer per jaar voor een nieuwe. Wist je trouwens dat we de protheses in meerdere tinten maken? In de zomer ben je bruiner dan in de winter. We vangen dat op met een zomerneus en een winterneus.’

Welke protheses vind je het leukst om te maken en wat is super lastig?

‘Ik maak voornamelijk de ogen. Dat vind ik erg leuk, maar doordat je het andere oog er direct naast hebt zitten, is het extra belangrijk om alle details er zo goed mogelijk in te krijgen.’

Wat vind je de moeilijke kanten van je vak?

‘Sommige patiënten hebben het psychisch heel zwaar en je ziet soms heel jonge patiënten die veel ellende hebben meegemaakt. Dat is voor ons ook weleens pittig. Daar staat tegenover dat we mensen blij kunnen maken met een prothese en hen een beetje helpen die moeilijke tijd achter zich te laten.’

Gelaatsprotheticus Shirley Bouman door Stefanie Grätz

Welke momenten zul je nooit vergeten?

‘Als iemand voor het eerst een prothese krijgt is dat een grote verandering, waar sommigen enorm aan moeten wennen. Ik weet nog heel goed dat we bij iemand zijn eerste neusprothese hadden afgeleverd. Mijn collega en ik gingen daarna bij het raam staan, waar we hem langs zagen lopen op weg naar zijn auto. Elke paar stappen voelde hij even of zijn neusprothese er nog op zat en hij keek steeds om zich heen of mensen hem aanstaarden, maar niemand keek meer. Hij was weer gewoon als ieder ander, de neusprothese viel niemand op. Geweldig toch?’’