‘Het ergste moment? Als baby’s bij de moeder worden weggehaald’ - Heftige taferelen op de afdeling verloskunde

Veilig-thuis-baby-bij-moeder-weggehaald-afdeling-verloskunde

Regelmatig draaft de beveiliging op om agressieve familieleden of dronken partners weg te sturen. Of een instantie als Veilig Thuis klopt nog vóór de bevalling aan bij de moeder. Nee, saai is het nooit op de afdeling verloskunde waar Marianne* werkt als obstetrieverpleegkundige. ‘Als de partner echt een bedreiging oplevert, zitten hier weleens politiemensen op de gang.’

‘Joh, ik ruik dat je net hebt geblowd. Dus voor je met je kersverse zoontje gaat zitten, zou het fijn zijn als je even doucht en een ander shirt aantrekt.’ Marianne moet in het academisch ziekenhuis waar ze werkt de jonge vaders regelmatig terecht wijzen. Bier of marihuana op de kraamafdeling, obstetrieverpleegkundige Marianne kijkt daar niet meer niet van op. ‘Het klinkt bizar, maar je wilt niet weten hoeveel partners, maar ook zwangere patiënten hier blowen als ze de kans krijgen’, zegt Marianne. ‘Vaak is dat blowen tijdens de zwangerschap dan ook de reden dat ze bij ons zijn opgenomen; moeder of kind hebben daardoor gezondheidsproblemen gekregen.’

Kwetsbare groepen

Op de speciale afdeling waar Marianne werkt is geen dag hetzelfde. Er liggen veel vrouwen afkomstig uit kwetsbare groepen: tienermoeders, zwangere vrouwen met een verslaving of verstandelijke beperking, vrouwen die huiselijk geweld hebben meegemaakt of die werkzaam zijn in de prostitutie.

Op slot

Lastige familie is ook haast alledaags op deze afdeling. ‘Soms zit de hele familie, inclusief zakken vol McDonalds en gillende kinderen, op de afdeling. Daar moeten we ook het vaakst de beveiliging voor roepen. Als de gang vol staat en je vraagt of ze met z’n twintigen ergens anders plaats willen nemen, kan zo’n situatie snel ontsporen. Ik voel me niet gauw geïntimideerd, maar we hebben tegenwoordig wel in de avonduren de kraamafdeling op slot. Je kunt geen goede zorg verlenen als de kamer vol zit en er wordt doodleuk gezegd: kom straks maar terug.’

Humor

Schelden, duwen, de patiënt moedwillig afschermen: de verpleegkundigen maken soms vervelende dingen mee. ‘Ik zeil er meestal wel met een grapje omheen. Dat geef ik ook altijd als tip aan collega’s.’

Geen roze wolk

Er gebeuren natuurlijk veel mooie dingen in Mariannes grote stadsziekenhuis, maar een roze wolk is voor veel patiënten niet aan de orde. ‘Veel vrouwen hier hebben te maken gehad met huiselijk geweld. Soms hoor je partners nog ruziën op de verloskamer. Als de partner echt een bedreiging oplevert, zitten hier weleens politiemensen op de gang. Die waren er ook toen een vrouw ondanks haar vergevorderde zwangerschap bolletjes had geslikt.’

Uithuisplaatsing

Bij de zwangere vrouwen met problemen speelt maatschappelijk werk al een rol. Vrouwen zonder vaste woon- of verblijfplaats, met hoge schulden, of kersverse moeders met een verstandelijke beperking worden geobserveerd om te kijken of ze de adviezen over zorg aan hun baby opvolgen. Later, in een moeder-kind huis wordt gekeken of een uithuisplaatsing al dan niet nodig is. ‘Soms zien we al meteen dat ingrijpen noodzakelijk is, bijvoorbeeld bij een drugsverslaafde moeder die niet op eigen benen kan staan. We maken het gelukkig maar zelden mee, want zoiets is verschrikkelijk. Dat is het ergste moment, als een kind bij de moeder wordt weggehaald.’

Loverboys

Zwangere meiden die samen met hun pooier komen: dat vindt Marianne het heftigst om te zien. ‘Ze komen vrijwillig met die jongens, dus je kunt er eigenlijk niets tegen doen. Als ik erbij ben doet hij heel lief, maar je voelt aan alles dat het niet pluis is. Dan denk je: ‘Waar komt dat kleintje terecht?’ Ik probeer weleens alleen met zo’n vrouw te spreken, maar meestal wijken die jongens niet van hun zijde.’

Machteloos

Ook gruwelijk: vrouwen die bont en blauw binnen worden gebracht: ‘van de trap gevallen’. ‘Vervolgens komen ze toch met die partner bij ons bevallen. Ik maak daar uiteraard melding van, maar zolang de vrouw zelf niets onderneemt, zijn wij machteloos. Ik denk er maar niet te veel over na, want ik kan er toch niets aan veranderen.’

*De naam van Marianne is gefingeerd.

Ook ik maak weleens een foutje ;-) Heb je er één gezien? Mail het me. Ik ben je dankbaar!